De veiligheid van mijn kind in het geding?
Huilend en in shock kwamen wij uit het gesprek. Er spookte van alles door mijn hoofd, wat is er gebeurd? Is mijn eigen kind nog veilig? Hoe ga ik zo naar mijn privéafspraak?
Laat ik vooropstellen dat we een kind nooit willen weghouden bij zijn of haar ouder(s) maar soms is er geen andere keuze. We snappen de boosheid, frustratie en het verdriet maar dreigen en geweld is niet oké en zeker niet de oplossing.
Ingewikkelde gesprekken
Samen met mijn collega hadden we een gesprek gepland, een ingewikkeld gesprek. Na het zoveelste incident, waarbij de laatste keer je woning door anderen in brand was gestoken, hadden we afgesproken dat je zoon bij oma zou verblijven, jouw moeder. Jij wilde hem het liefst thuis hebben. Vandaag gingen we vertellen dat hij langer bij oma moest blijven en dat we dit officieel wilden maken met een verzoek bij de rechter. Jij hebt veel trauma’s door alles wat je hebt meegemaakt. De woningbrand maakt jou aan het wankelen en je zoon krijgt hier veel van mee. Je bent onvoorspelbaar, boos en gefrustreerd en kan zijn veiligheid niet inschatten. Hulpverlening komt niet goed bij je binnen en je kunt je moeilijk houden aan de gemaakte afspraken.
Vrij vlot na de start van het gesprek en onze uitspraak dat we een verzoek wilden indienen bij de rechtbank voor de uithuisplaatsing begon je al. “Wacht maar tot je zelf kinderen hebt. Ik weet je te vinden en steek jouw huis in brand.” We gaven aan het gesprek te zullen stoppen als je op deze toon verder zou gaan. We zeiden dat je boos mag zijn maar dat we niet van dreigementen gediend zijn. Je besloot de kamer uit te lopen samen met een hulpverlener.
Mijn dochter zit veilig
Even later kwamen jullie terug. Je wilde toch graag weten wat de reden is dat we nu kiezen voor een machtiging uithuisplaatsing. Het was nu toch veilig? Er waren toch geen incidenten meer geweest de afgelopen week? We probeerden het uit te leggen maar het kwam niet binnen. Al snel begon je weer met dreigen. “Ik weet je kinderen te vinden als je die hebt.” Wat je niet wist, is dat ik al een dochter heb. Zij zat op dat moment nietsvermoedend op de opvang. Dat schoot er door mijn hoofd: zij zit nu veilig.

Vuist in de lucht
We besloten het gesprek te stoppen. De dreigementen bleven maar doorgaan en we zagen jouw wanhoop. Je begon te schreeuwen en wij wilden de ruimte verlaten omdat jij niet weg wilde of kon gaan. Op het moment dat wij bijna bij de deur waren, sprong jij van je stoel en kwam je met je vuist in de lucht op ons afgestormd. Mijn collega bevroor en ik probeerde jou bij haar weg te duwen. Ondanks dat gaf je haar een aantal klappen. Uiteindelijk nam een hulpverlener jou mee de kamer uit. We waren veilig, maar wel overdonderd en in shock. We hoorden jou nog schreeuwen en uiteindelijk vertrok je boos en verdrietig.
Lang heb ik nog last gehad van dit voorval. Als ik naar kantoor ging, scande ik de omgeving om te controleren of ik veilig was. Of je niet in de buurt van kantoor was. Als ik wist dat je naar kantoor zou komen voor een gesprek met collega’s zorgde ik er zeker voor dat ik je niet tegen het lijf zou lopen. Maar ook in andere gesprekken, met hele andere mensen, was ik bang voor boosheid.
En als ze boos zouden worden, wat zouden ze dan doen?