Pijnlijk om te horen waarom je niet bij je moeder kunt wonen
Verwaarlozing is ook kindermishandeling. Het is niet altijd zichtbaar. Dat was ook zo bij jou Daan. Je had altijd nieuwe kleren, ging naar de kapper en kreeg te eten. Toch was het zo onveilig thuis dat je daar niet kon blijven wonen, hoe graag ik het je ook had gegund. In de loop der jaren vraag je me regelmatig waarom. Want je moeder is het er niet mee eens. En je houdt van haar. Dat plaatst jou in een lastige positie. En ook al is het moeilijk voor jou om te horen waarom wij het niet veilig vinden, ik vind dat ik als jouw jeugdbeschermer de taak heb om het je uit te blijven leggen.
Ik ken je al lang. Twaalf jaar geleden heb ik jou samen met mijn net nieuwe collega uit huis geplaatst. Je was toen net vier jaar. Jemig, Daan, je was en bent een mooi jongetje! Het ging me aan mijn hart om een andere plek voor je te zoeken, maar het kon niet anders. Ondanks alle hulpverlening, werd jouw leefsituatie niet beter.
Als jij niet wilde douchen, dan hoefde dat niet
De zorgen waren groot. Jouw mama gaf haar geld steeds weer uit aan nieuwe huisdieren in plaats van aan de huur. Zij deden hun ontlasting in de huiskamer waar jij aan het spelen was. Bijna elke week zat je bij de dokter. Volgens mama was je ernstig ziek. Je was een bekende bij de spoedeisende hulp. Er is meer dan 20 keer bloed bij je geprikt, maar de artsen vonden niets. Grenzen had je in je leventje nog nooit gehad. Als jij niet wilde douchen, dan hoefde dat niet. Als jij worstenbroodjes wilde eten, dan aten jullie worstenbroodjes.

Ze zorgde toch goed voor jou?
Je moeder houdt heel veel van je en is goed in de praktische zaken. Maar ondanks dat je regelmatig naar de kapper ging en altijd nieuwe kleren aan had, was hier sprake van verwaarlozing. En dat is lastig te begrijpen. Het ging niet goed met jouw ontwikkeling, dat zagen ze ook op school. De leerkrachten maakten zich veel zorgen over jou. Samen met jouw moeder had ik veel overleg met de woningbouw, het consultatiebureau, het kinderdagverblijf en de opvoedondersteuning. Maar mama vond het allemaal onzin. Ze zorgde toch goed voor jou? Ze gaf je eten, kleding en ging met je naar de kapper! We hebben veel hulpverlening ingezet waar mama goed aan meedeed. Wanneer de hulpverleners toezicht hielden, kon mama de gemaakte afspraken goed nakomen. Maar wanneer zij weg waren, ging het weer zo als daarvoor. Zelf vond mama al die afspraken onnodig, want dat hoefde zij thuis vroeger toch ook allemaal niet?
Ik leg het je elke keer met liefde uit
In de afgelopen tien jaar heb ik meerdere malen met jou gesproken over waarom je niet thuis woont. Je moeder is het er nog steeds niet mee eens en wil het er niet meer met mij over hebben. Jij hebt er soms wel vragen over en daarom leg ik het jou elke keer als je het me vraagt met liefde uit. Dat als er sprake is van kindermishandeling, ik, namens De Jeugd- en Gezinsbeschermers, jou niet thuis kan laten wonen. Dat leverde steevast echter ruzie op. Je besprak dit met je moeder. Je moeder vertelde je wat anders. Jij was dan boos op mij, want je gelooft je moeder. Je moeder weer boos op mij, want ik mocht het hier met jou niet over hebben. En dan sprak ik je weer een tijdje niet.
Hoe pijnlijk dat ook is
Maar nu word je ouder en ga je steeds duidelijker zien wat je moeder doet. En ook wat ze niet doet en niet kan. Dat is pijnlijk voor je. Het is ook pijnlijk voor je dat ik mijn boodschap herhaal. Op de één of andere manier blijf je me opzoeken en steeds vertel ik jou hetzelfde verhaal. Ik moet duidelijk naar je zijn. Want dat is mijn taak als jeugdbeschermer. Ik moet eerlijk zijn over waarom je niet thuis woont. Hoe pijnlijk dat ook is. Voor jou. Maar ook voor je moeder….