Samen met mijn collega ben ik onderweg naar jou. Je bent op jonge leeftijd moeder geworden en hebt nu twee jongens. Je bent een moeder die zegt waar het op staat en altijd direct is naar ons. Fijn vind ik dat, dan weten we wat je ervan vindt.
Je hebt zelf niet zo’n fijn verleden en daar heb je ook last van. Je wordt regelmatig heel erg boos en gaat dan heel hard schreeuwen. Tijdens deze afspraak gaan we onze zorgen met jou bespreken. We hebben namelijk een Veilig Thuis-melding binnengekregen. Mijn collega en ik hebben ons voorbereid op een ingewikkeld gesprek. We weten niet goed wat we kunnen verwachten, hopelijk valt het mee.
Emotie
Je bent direct tegen ons en wij tegen jou. Dit maakt ook dat we regelmatig met elkaar moeten lachen, jij om ons en wij om jou. Daarom is het - naast spannend - toch ook altijd leuk om bij jou thuis te komen. We gaan aan tafel zitten. Trots laat je je nieuwe kitten zien, die lekker speels door het huis loopt.
We moeten je vandaag een paar lastige boodschappen geven. Mijn collega begint met de eerste boodschap, namelijk de Veilig Thuis-melding die we hebben gekregen. Ik zie de emotie bij jou omhoog komen, en kan het ook horen. Wat we hadden verwacht, gebeurt: je begint direct hard tegen ons te schreeuwen en je bent het er niet mee eens. Wij proberen je de melding uit te leggen. Maar schreeuwend roep je dat het allemaal niet zo gegaan is. Op dat moment springt de kitten in het been van mijn collega. Mijn collega schrikt en slaakt een klein gilletje. Hard lachend spring je op van tafel om de kitten uit het been van mijn collega te halen. Rustig ga je weer zitten. Ik zie dat de emotie zichtbaar is gezakt en je gaat op een rustige manier verder met ons in gesprek.
Hierna delen we met jou onze tweede zorg. Het gedrag van je zoon verandert en wij vinden dat we er iets mee moeten. Hij heeft hulpverlening nodig. Ook hier ben je het niet mee eens, weer stijgt de emotie. Hard pratend zeg je dat het onzin is en dat het goed gaat. En weer springt de kitten in het been van mijn collega, die weer schrikt. Je springt weer met een lach op je gezicht op om mijn collega te helpen. Met de kitten op je schoot ga je weer zitten, de emotie zakt.
Poes
Wanneer we de laatste zorg met jou delen, is de kitten klaar met de benen van mijn collega. In plaats daarvan springt die op schoot, maar gebruikt daarbij haar nagels. Voor de derde keer die middag spring je op om de kitten weg te halen. Lachend zeg je dat het toch echt een poes is. Deze keer besluit je de kitten toch maar op de gang te zetten en wij vervolgen ons gesprek. Gedurende het gesprek worden we regelmatig gestoord door het harde gemiauw op de gang. Alle drie kunnen we erom lachen.
Je hebt onze zorgen kunnen horen en we hebben goede afspraken met je kunnen maken. Je geeft aan dat er altijd wat te beleven is als we bij jou langs komen. We kunnen niks anders doen dan jou gelijk geven.
Met goede afspraken stappen mijn collega en ik weer naar buiten. In de auto kijken we elkaar lachend aan. Wat hebben we nu weer meegemaakt? En wie had gedacht dat een huisdier zo helpend kan zijn in dit soort spannende gesprekken.